Hoe langer en hoe meer ik vlinders en libellen fotografeer, hoe meer ik een soortenjager lijk te worden. Een trend die ik niet per definitie positief vind, want ik wil toch vooral meer de grafische, creatieve en sfeervolle hoek in proberen te duiken. Maar zeg nu zelf: als je al tien keer hebt geprobeerd om mooie, sfeervolle foto's van algemene soorten te maken dan wil je toch ook wel eens wat nieuws.
Eens een ander beest op de foto zetten. Bovendien is het natuurlijk ook voor potentiele foto verkoop beter als je archief een mooie collectie aan soorten bevat. En bovendien: juist tijdens het soortenjagen maak je soms de mooiste foto's!
Ik heb twee jaar lang toegekeken hoe er op een paar prachtige locaties in Limburg allerlei bijzondere soorten werden ontdekt en gefotografeerd. Dit jaar kon ik het niet laten en heb ik een dag vrij genomen en een rondje langs al die bijzondere locaties gepland. Ik probeer namelijk zo veel mogelijk het vele rijden voor fotografie te beperken in een poging het milieu zo veel mogelijk te ontlasten, dus als ik dan toch een keertje naar Limburg ga, wil ik zo veel mogelijk mee pakken in de hoop niet zo vaak weer te hoeven gaan.
Vier locaties wilde ik aandoen voor vier verschillende soorten: het spiegeldikkopje in de Groote Peel, de zuidelijke oeverlibel op een landgoed bij Sint-Odilienberg, de gaffellibel bij de Roer bij Paarloo en de bosbeekjuffer in nationaal park de Meinweg. De Groote Peel ligt nog iets noordelijker en was daarmee de uitgelezen plek om te beginnen.
Om vier uur ging de wekker. Ik wilde rond zonsopkomst in de Groote Peel zijn, maar omdat het daar erg bossig leek te zijn rekende ik er op dat het wel even zou duren voor de spiegeldikkopjes rond zouden vliegen. Ik hoefde dus niet supervroeg te zijn.
Het spiegeldikkopje komt in Nederland overigens alleen nog maar in de Groote Peel voor en het gaat niet goed met ze. Zonde, want voor een dikkopje is dit kleine dagvlindertje prachtig getekend. Na aankomst rond kwart over zes heb ik een uurtje rondgelopen zonder de vlindertjes slapend te kunnen vinden, puur omdat ik de locatie niet goed ken.
Toen ik langzamerhand bang ging worden dat ik ze niet te zien zou krijgen had ik er nog net eentje op zijn slaapplek gevonden. En dan blijkt maar weer dat misschien juist door het soortenjagen je ook betere foto's krijgt, want ik heb bijna een uur achter dit beestje aangelopen en het op veel verschillende plekjes kunnen fotograferen. Ik heb meelicht opnames, tegenlicht opnames, met open vleugels, met gesloten vleugels... De mooisten waren voor mij de onderstaande twee.

Een staande compositie vanwege de vertikale lijnen van het gras,
in combinatie met het tegenlicht maakt een mooi plaatje.
Bij de open variant kon ik niet anders dan precies met mijn hoofd voor de zon gaan zitten.
Dit levert wel erg mooie kleuren op.Als ik zeker weet dat het niet veel beter word (het licht begint al weer harder te worden) gaan we door naar een plekje waar de zuidelijke oeverlibel voorkomt. Deze soort werd praktisch niet gezien in Nederland, maar sinds alles iets warmer word breid de soort zich aan de noordgrens uit. Het is nog wel even zoeken tussen de tientallen gewone oeverlibellen, maar op een gegeven moment zie ik er een en ontdek ik dat ze net wat kleiner zijn dan de gewone oeverlibel, dus na deze eerste aanraking met de soort pik ik ze er al snel uit.
Ik neem de tijd om deze schuwe beestjes langzaam te benaderen, maar ze zitten veel op de grond, wat niet echt mooie plaatjes oplevert. Als er een bovenop een takje land heb ik tegenlicht, iets waardoor de prachtig blauwe kleuren van de soort niet goed uitkomen. Reden dus om de schoenen uit te doen, broek op te stropen en heel langzaam het poeltje in te lopen om zo de soort met licht in de rug te kunnen fotograferen. Als ik een foto heb waarin ik prachtig het hele blauwe lichaam goed zie ben ik tevreden en kunnen we weer verder.

De roer bij Paarloo bevat een kleine populatie gaffellibellen, uniek voor Nederland omdat de soort alleen voorkomt bij stromend water, een schaars goed in Nederland. De populatie is ook nog maar net ontdekt. De aantallen zijn helaas nog erg laag, meer dan een stuk of acht zijn er dit jaar niet gezien, en de meeste mensen die er een kijkje nemen krijgen er hoogop twee of drie te zien.
Erg spannend dus voor mij en het blijkt inderdaad erg lastig. Na anderhalf uur zoeken heb ik nog steeds geen gaffellibel kunnen vinden. Een zuidelijke overlibel die zich wel prachtig laat fotograferen maakt dan gelukkig nog een hoop goed. Hij zit eigenlijk bij een soort van regenplas, ondiep water met allerlei gras en plantjes er nog in.
Met wat experimenteren blijkt hier het tegenlicht een prachtige bokeh te geven en zo zie je maar weer, ook bij soortenjagen kun je mooie, grafische foto's maken, als je maar openstaat voor experimenteren. Ik besluit om verder te gaan, omdat ik anders vermoedelijk te weinig energie over zou houden om op de laatste locatie te fotograferen. Ondanks het gemis aan de gaffellibel heb ik op deze locatie toch de mooiste foto van de dag kunnen nemen.

Dus weer een kwartiertje doorrijden, een stukje wandelen en dan blijkt de bosbeekjuffer een stuk makkelijker te vinden. De soort houd zich logischerwijs bij een klein stroompje in het bos op, maar het benaderen valt nog niet echt mee, want je kunt op de plek waar ze zitten niet van het vlonderpad af waar je op loopt. Het vereist dus nog wat geduld en zoekwerk, tot een van de juffers zijn plekje bij de stroom verlaat om een boom langs het vlonderpad te gebruiken als uitvalsbasis.
Vanwege het weinig licht tussen de bomen was een scherpe foto nog een flinke uitdaging, maar met iso 800 (doe ik eigenlijk nooit) lukt het toch redelijk. Weer eens zo'n moment waarop je denkt: had ik mijn statief maar even meegenomen naar dit plekje, in plaats van hem in de auto te laten liggen. De libel komt er niet bepaald beeldvullend op, maar ook hier vind ik juist de ruimte en de typische bosbeekjuffer omgeving in de vorm van bladeren iets toevoegen aan de foto, het verteld iets over de soort.

Zo aan het einde van het dagje gekomen probeer ik altijd te leren van mijn ervaringen: wat kan een volgende keer beter. En vandaag was mijn conclusie dat ondanks dat ik soortenjagen soms in strijd lijk te vinden met creatieve en grafische foto's merk je toch weer dat als je gewoon veel het veld in gaat. Bijvoorbeeld juist omdat je graag een bepaalde soort zoekt, dat je dan wel degelijk prachtige foto's kan maken.
Sterker nog, op een dag als deze fotografeer ik meer overdag, dan alleen 's ochtends slapende dieren en dat dwingt je soms tot wat experimenteren. Sowieso blijft het gewoon geweldig om de mooiste locaties te bezoeken en bijzondere dieren te kunnen waarnemen en vastleggen.
Dus zolang ik merk dat ik niet alleen maar verschillende soorten op precies dezelfde manier vastleg, maar veel variatie krijg dankzij mijn jachtinstinct blijf ik lekker doorgaan!
 |
|
Over de auteur; Johannes Klapwijk Johannes Klapwijk heeft zich al een aantal jaren intensief toegelegd op natuurfotografie. De focus ligt in de eerste plaats op vlinders, libellen en vogels, maar ook een landschapje heeft van tijd tot tijd de aandacht. Johannes verzorgt ook workshops in macrofotografie. |
Dit artikel doorsturen
Je gegevens worden niet opgeslagen en alleen gebruikt om de rechtsboven getoonde e-mail te versturen.