2 november 2007, 19:59 | | 12558x gelezen

Flitsen; wat er mis kan gaan

Veel mensen werken liever met natuurlijk licht dan met flitslicht omdat ze niet tevreden zijn met het resultaat van hun met flits belichte foto. Helaas is het soms simpelweg niet mogelijk om zonder flitser een geslaagde foto te maken. In dit artikel lees je over zes zaken die je wilt voorkomen bij het gebruik van een flitser en uiteraard wat de oplossing kan zijn voor een betere flitsfoto.

  1. Hot Spots: de flitsintensiteit is zodanig dat het glanzende reflecties -zelfs op de huid- oplevert. Dit geeft witte plekken op je model. Gebruik een diffuser, of richt de flits niet op je model zelf, maar via een muur of plafond (bouncen), of verminder de flitsintensiteit.


  2. Harde Schaduwen: één van de problemen met een directe flits is de harde schaduw, speciaal wanneer je model dichtbij een muur (in de achtergrond) staat. Zorg dat je model niet tegen een muur staat, of bounce de flits, of gebruik een softbox om de intensiteit te verminderen.


  3. Kleurproblemen: het bouncen van de flits kan een kleurzweem opleveren, in het geval dat de muur of het plafond een kleur anders dan wit of zwart heeft. Dit kun je voorkomen door via een nietgekleurd oppervlak te bouncen, of door een diffuser te gebruiken. Het verkeerd instellen van de witbalans kan eveneens een ongewenste kleurzweem veroorzaken.


  4. Verkeerde Synchronisatiesnelheid: zorg er voor dat je binnen de flitssynchronisatiesnelheidsrange (wat een woord) van je camera blijft. Dit zal niet vaak mis gaan met een moderne camera/flitser combinatie, maar het kan voorkomen, bijvoorbeeld met studioflitsers.


  5. Onderbelichting: dit kan veroorzaakt worden doordat je te ver van je model verwijderd bent. Dus zorg dat je dichterbij gaat of gebruik een groter diafragma (kleiner f-getal) om zo meer licht in de camera te laten. Je kunt ook de sluitersnelheid verlagen om meer omgevingslicht binnen te laten, maar pas op voor bewegingsonscherpte. Dat laatste kun je natuurlijk weer oplossen door een statief te gebruiken.


  6. Overbelichting: dit betekent dat je te dicht op je model staat of dat de flitser teveel licht produceert. Dus doe een stap terug of verminder je flitskracht.
  7. Om te komen tot een correcte belichting met een manuele of non-TTL flitser is hier een simpele formule die je kunt gebruiken: om het juiste diafragma te bepalen deel je het richtgetal van je flitser (staat meestal wel in de handleiding) op ISO 100 door de afstand tot je model in meters. Dus, een flitser met een richtgetal van 40 bij ISO 100 en je model op 5 meter afstand geeft een diafragmawaarde van f/8.

    Flitsers


    Peter van Veen   Over de auteur; Peter van Veen
    Peter is fotograaf en oprichter van Moor Fotografie, waar hij wekelijks diverse schrijft over 'Mensen Leren Fotograferen'. Schrijver van diverse eBooks over fotograferen. Geeft ook workshops over diverse facetten binnen de fotografie.
     Deel dit artikel
(1)
gast | maandag 5 november 2007, 15:32
"Je kunt ook de sluitersnelheid verlagen om meer omgevingslicht binnen te laten, maar pas op voor bewegingsonscherpte. Dat laatste kun je natuurlijk weer oplossen door een statief te gebruiken."

Of een lens met IS te gebruiken.

Let op: Op een artikel ouder dan 7 dagen kan alleen gereageerd worden door geregistreerde bezoekers.
Wil je toch reageren, registreer je dan gratis.

Compositie; 10 tips voor het maken van betere foto's


Naar een foto van hun eigen kind of huisdier zullen de meeste mensen weinig kritisch kijken door de emotionele waarde er van. Terwijl anderen bij het zien van diezelfde foto meewarig hun hoofd zullen schudden, meestal vanwege de slechte compositie. Maar wat is nu eigenlijk een 'slechte compositie'? En belangrijker: hoe kan de maker de volgende keer een betere foto maken?

» lees verder



Wekelijks op de hoogte
meer info
reeds 3823 inschrijvingen!
Twitter Facebook RSS
Photofacts SponsorenCameraTools
FotoCube

Beoordeel artikel
Beoordeel dit artikel
 BaggerRedelijkPrimaGoedUitstekend
Er zijn nog geen beoordelingen.