Photofacts.nl
2 november 2007, 19:59 | | 16962x gelezen

Flitsen; wat er mis kan gaan

Veel mensen werken liever met natuurlijk licht dan met flitslicht omdat ze niet tevreden zijn met het resultaat van hun met flits belichte foto. Helaas is het soms simpelweg niet mogelijk om zonder flitser een geslaagde foto te maken. In dit artikel lees je over zes zaken die je wilt voorkomen bij het gebruik van een flitser en uiteraard wat de oplossing kan zijn voor een betere flitsfoto.

  1. Hot Spots: de flitsintensiteit is zodanig dat het glanzende reflecties -zelfs op de huid- oplevert. Dit geeft witte plekken op je model. Gebruik een diffuser, of richt de flits niet op je model zelf, maar via een muur of plafond (bouncen), of verminder de flitsintensiteit.


  2. Harde Schaduwen: één van de problemen met een directe flits is de harde schaduw, speciaal wanneer je model dichtbij een muur (in de achtergrond) staat. Zorg dat je model niet tegen een muur staat, of bounce de flits, of gebruik een softbox om de intensiteit te verminderen.


  3. Kleurproblemen: het bouncen van de flits kan een kleurzweem opleveren, in het geval dat de muur of het plafond een kleur anders dan wit of zwart heeft. Dit kun je voorkomen door via een nietgekleurd oppervlak te bouncen, of door een diffuser te gebruiken. Het verkeerd instellen van de witbalans kan eveneens een ongewenste kleurzweem veroorzaken.


  4. Verkeerde Synchronisatiesnelheid: zorg er voor dat je binnen de flitssynchronisatiesnelheidsrange (wat een woord) van je camera blijft. Dit zal niet vaak mis gaan met een moderne camera/flitser combinatie, maar het kan voorkomen, bijvoorbeeld met studioflitsers.


  5. Onderbelichting: dit kan veroorzaakt worden doordat je te ver van je model verwijderd bent. Dus zorg dat je dichterbij gaat of gebruik een groter diafragma (kleiner f-getal) om zo meer licht in de camera te laten. Je kunt ook de sluitersnelheid verlagen om meer omgevingslicht binnen te laten, maar pas op voor bewegingsonscherpte. Dat laatste kun je natuurlijk weer oplossen door een statief te gebruiken.


  6. Overbelichting: dit betekent dat je te dicht op je model staat of dat de flitser teveel licht produceert. Dus doe een stap terug of verminder je flitskracht.
  7. Om te komen tot een correcte belichting met een manuele of non-TTL flitser is hier een simpele formule die je kunt gebruiken: om het juiste diafragma te bepalen deel je het richtgetal van je flitser (staat meestal wel in de handleiding) op ISO 100 door de afstand tot je model in meters. Dus, een flitser met een richtgetal van 40 bij ISO 100 en je model op 5 meter afstand geeft een diafragmawaarde van f/8.

    Flitsers


    • Peter van Veen

      Over de auteur; Peter van Veen
      Peter is Moor Fotografie. Ik help mensen beter leren fotograferen zonder de automaat. Liefhebber van Table Top Strobist Fotografie. Schrijver van diverse eBooks over fotograferen. Leert mensen bij door workshops over o.a. Lightroom, Strobist, Macro, HDR en Herfst.

delen!

reacties (1)

  • gast | maandag 5 november 2007, 15:32"Je kunt ook de sluitersnelheid verlagen om meer omgevingslicht binnen te laten, maar pas op voor bewegingsonscherpte. Dat laatste kun je natuurlijk weer oplossen door een statief te gebruiken."

    Of een lens met IS te gebruiken.

Schrijf een reactie

Let op: Op een artikel ouder dan 7 dagen kan alleen gereageerd worden door geregistreerde bezoekers.
Wil je toch reageren, registreer je dan gratis.

gerelateerde artikelen

 Workshop herfstlandschappen
Beginnersworkshop gegeven door Johannes Klapwijk | kosten: € 90.00

Workshop herfstlandschappen

Deze workshop zal zich voornamelijk richten op landschapsfotografie. De herfst is samen met de winter voor mij de tijd bij uitstek om bezig te zijn met landschapsfotografie: de kleuren, de kans op mist vanwege de warme dagen en koude, heldere nachten: alles helpt mee om landschappen te fotograferen.

» lees verder

Top artikel

Fotograferen op RAW of Jpeg formaat?

Elke digitale spiegelreflex camera kan bestanden in het zogenaamde RAW formaat wegschrijven. Deze bestanden zijn echter groter dan de gangbare Jpeg bestanden die de camera ook kan produceren. Daarnaast moeten RAW bestanden eerst omgezet worden in Jpeg bestanden voordat anderen de foto's kunnen bekijken of voordat ze bij een standaard fotodienst afgedrukt kunnen worden. Werken met RAW bestanden vergt dus een boel extra werk. Waarom zou je deze extra moeite nemen?

» lees verder

 

Om Photofacts.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. akkoord