Met een digitale camera maak je al snel twee gelijke foto's. Befaamd is het belichtingstrapje. Je kunt ook een focus-trapje maken. Leg die beelden overelkaar en haal de scherpe delen van elke foto naar voren. Een mooie techniek voor scherpe avond- en nachtopnamen; voor wie het experiment niet schuwt en manipulatie van foto's niet verfoeit.
Een paar jaar geleden las ik in een fotoblad over high dynamic imaging en daarbij stond een samengestelde foto afgedrukt van een kamer met een prachtig zicht door het venster. Het was een beeld van een kamer met een overbelicht doorzicht en een beeld van de kamer, maar nu correct belicht op het venster. Ik heb daar nooit wat mee gedaan.
Totdat ik een tijdje geleden bij een bezoek aan de website OneExposure het soms fascinerende werk van de Duitser
Jens Kling tegen kwam. Ik las een uitleg van hem en begreep dat hij diezelfde techniek toepast. Alleen speelt hij dan niet met de belichting, maar met het scherpstelpunt.
Dat is geen eenvoudig knippen, plakken en wegpoetsen. Wie dat ook wil doen: begin eenvoudig. Een foto van Kling kan uit tien of meer beelden zijn opgebouwd, maar om ervaring op te doen kun je met twee of drie foto's beginnen.
Om de aanpak uit te leggen ben ik naar een tramstation gegaan en heb er een paar series gemaakt. Deze serie van een bankje en twee posters heb ik uitgekozen omdat het principe met twee foto's te vertellen is.

Dit is één van de twee bijna gelijke foto's. De ene foto is scherpgesteld op het bankje, de tweede op de poster voor een zonvakantie op Aruba. Daarna was het een kwestie van de ene foto over de andere leggen en door het werken met lagen en maskers de scherpe delen te behouden of tevoorschijn halen. Die techniek moet voor fotografen gesneden koek zijn en ga ik hier niet verder uitleggen.
Om het verschil duidelijk te maken heb ik het trucje nog een keer gedaan, maar nu niet alles bewerkt. Van dit 'half werk' heb ik een uitsnede gemaakt:

Het kunstje is dat je de camera op een vast punt laat staan, de tijd-diafragma-combinatie vastzet (komt dus neer op het gebruik van de M-modus) en alleen het punt van scherpstelling verandert. De moeilijkheid is dan om de focus steeds iets te verleggen zonder de camera te bewegen. En als je een zoomobjectief gebruikt moet je van de zoom afblijven...
Voor avond- en nachtopnamen is het een prachtige techniek. Je werkt met een open diafragma en een redelijk hoge sluitersnelheid. Dat heeft tot gevolg dat lichten minder overstralen. En als je de kortst mogelijke tijd neemt, is de kans op bewegingsonscherpte (door een zuchtje wind, bijvoorbeeld) klein.
Voor een perfecte plaat kun je het best vooral veel kleine focusstapjes nemen in de voorgrond. Daar heb je met een grotere lensopening de kleinste scherptediepte. Je kunt misschien wel details uit de achtergrond apart nemen. In de foto 'Last Bus' heeft Jens Kling waarschijnlijk een keer apart scherpgesteld op de bus.
Je kunt de techniek ook overdag gebruiken, maar dan werk je meestal toch al met een kleiner diafragma, met een groter scherptebereik als gevolg. Waar je de techniek wel voor kunt gebruiken is in de macro- of product-fotografie. Daar is dit een alternatief voor het gebruik van de tilt-and-shift lens. (Die voor die doeleinden wel veel sneller het bedoelde resultaat geeft).

Een paar weken geleden las ik ergens dat technici een objectief ontwikkelen dat zijn hyperfocale afstand vlak voor het glas heeft liggen: stel daarop scherp en de foto lijkt van glas tot oneindig scherp. Eerst zien, dan geloven. Misschien is dat wel een prachtig objectief. Tot die tijd kost het wat meer moeite. Erg vind ik dat niet.
 |
|
Over de auteur; Ed Coenen Ed Coenen is onder meer reportagefotograaf. Hij ziet zijn foto's afgedrukt in tijdschriften. |