Afgelopen dinsdag had ik een dagje vrij genomen. En dat alleen omdat er een uiterst zeldzame eendensoort was waargenomen die van oorsprong alleen maar in Azie en Siberie voorkomen. Het gaat om de Sibrische Taling. Een klein, prachtig kleurrijke eendensoort die je in Azie in vluchten van duizenden beesten tegen kan komen. In Nederland zijn er tot op heden 9 gevallen, waarvan 8 gevallen voor 1970 waren.
In de laatste 40 jaar is er dus slechts eenmaal eerder deze soort gezien. Op zich wel logisch, gezien het feit dat zijn broedgebied vele duizenden kilometers ver weg is.
En dat roept natuurlijk ook vragen op: alles goed en wel, maar kan zo'n beestje hier wel belanden? Er zijn ten slotte genoeg hobyisten die een vijvertje in de tuin hebben waar allerlei tropische eenden in rondzwemmen die van nature niet in Nederland voorkomen. Zit je niet te kijken naar een ontsnapte vogel, of in vogeltermen, een escape. Bij onderzoek naar een in Europa neergeschoten Siberische Taling is bewezen dat dat exemplaar daadwerkelijk op eigen kracht vanuit Azie deze kant op was gekomen, dus het is mogelijk voor deze soort om in Europa te belanden.
Maar hoe bepaal je dan of een eend nou daadwerkelijk een ontsnapt exemplaar is of niet? Daar zijn onder vogelspotters flinke discussies over, maar er is een organisatie voor die een exemplaar wel of niet in de statistieken doet belanden. Het
CDNA.
Kortgezegd komt het op een paar punten neer:
- Is de vogel geringd of is er een andere duidelijke indicatie dat hij uit gevangenschap is ontspant?
- Heeft hij afwijkingen aan het verendek (bijvoorbeeld gekortwiekte vleugels)?
- Gedraagd het beestje zich verdacht? Komt hij bijvoorbeeld brood uit je hand eten terwijl de soort van nature erg schuw is.
- Is de locatie waarin de vogel zich bevind verdacht en zit hij in een onlogische omgeving.
Naar aanleiding van deze punten kun je eindeloos discussieren of een vogel nou wel of niet wild is, maar zeker weten doe je het niet. Deze Siberische Taling droeg in ieder geval geen ringen, vloog prima en had geen afwijkend verenkleed. Ook kwam hij niet op brood af.
Maar alles bij elkaar maakt het mij eigenlijk helemaal niet uit. Ik ben er gewoon heen gegaan om een prachtig, exotisch eendje te zien die vrij rondzwom. Zondag ochtend was ik er vlak in de buurt, dus ben ik er snel langs gereden, maar helaas had ik te weinig tijd om goed licht af te wachten. Reden genoeg dus om een vrije dag te nemen en er eens goed de tijd voor te nemen. Na ongeveer een uur op de oever zitten achter mijn statief kon ik het onderstaande plaatje maken.

In principe ga ik niet zoals echte vogelspotters achter elke zeldzame soort aan. De Baltimore Troepiaal in Noord-Holland vind ik veel te ver rijden voor een vogel. Ik ben meer een fotograaf van nature en bovendien wil ik niet verantwoordelijk zijn voor een hoop schadelijke uitlaatgassen die de natuur juist de nek om draaien.
Dus heb ik 's middags nog lekker een rondje in de omgeving van Zwolle gemaakt en daar kwam ik nog deze, vrij zeldzame, wintergast tegen. Een prachtige witoogeend. Deze eend was ook al door iemand anders ontdekt en dankzij zijn waarneming heb ik even een kijkje kunnen nemen. Zo mag je toch blij zijn met wat handige tips via internet waardoor je meer te zien krijgt dan wanneer je alleen maar zelf rondkijkt.

Al met al een geslaagd dagje waar ik weer met volle teugen van heb kunnen genieten!
 |
|
Over de auteur; Johannes Klapwijk Johannes Klapwijk heeft zich al een aantal jaren intensief toegelegd op natuurfotografie. De focus ligt in de eerste plaats op vlinders, libellen en vogels, maar ook een landschapje heeft van tijd tot tijd de aandacht. Johannes verzorgt ook workshops in macrofotografie. |
Dit artikel doorsturen
Je gegevens worden niet opgeslagen en alleen gebruikt om de rechtsboven getoonde e-mail te versturen.