Met de komst van digitale fotografie lijkt hij zeldzaam geworden, de externe belichtingsmeter. Even achterop het schermpje kijken of alles klopt en zo niet, dan een iets andere instelling proberen. Een gesprek met een fotograaf over hoe het 'vroeger' ging bracht mij op de belichtingsmeter die al een tijd in de kast lag. In de transportbox met Metz staafflitser (ook al lang niet meer gebruikt, nu ik erover nadenk) lag hij gelukkig nog, de Sekonic Flash master L-358. Batterij erin en de meter kwam weer tot leven.
Toen noodzaakLange tijd was een belichtingsmeter een noodzakelijk hulpmiddel. Je kon daarmee een goed belichte foto maken zonder films te verknoeien. Met de komst van de ingebouwde belichtingsmeter werd fotografie voor meer beoefenaars aantrekkelijk. Maar studiofotografen bleven een meter gebruiken. Als je maar zes, negen of zesendertig foto's per rolletje kunt maken, dan bespaart een meter tijd en geld.
De digitale camera lijkt de meter overbodig te hebben gemaakt. Fotografen van nu volgen de trial-and-error-methode: foto maken, kijken op het scherm, aan de hand van het histogram corrigeren, foto maken, kijken, misschien nog een ietsje corrigeren, foto maken. Met in Lightroom of een ander programma als achtervang met wat extra correctiemogelijkheden. Je kunt het met een externe meter ook gelijk goed doen.
TestVoor deze bijdrage aan Photofacts heb ik in de studio een kleine bestaand-licht set opgebouwd. Een externe meter wordt meestal als flitsmeter gebruikt, maar deze kan bestaand licht te meten. Op het achtergrondkarton heb ik zwart kratje met paperclips en een wit doosje met visitekaartjes geplaatst, objecten die een camera snel op het verkeerde been zetten.
Hieronder volgen drie foto's van deze set. De eerste volgens de camerameting op het witte doosje, de tweede volgens de meting op het zwarte kratje. De derde foto is gemaakt met de informatie van het door de meter opgevangen licht.



Je ziet hier de RAW-beelden, voor deze test zonder verdere bewerking omgezet in een voor deze website geschikt jpg-bestand. Instelling in alle gevallen ISO 200, diafragma f/8. De ingebouwde meter geeft als sluitertijd voor het witte doosje 1 seconde, voor het zwarte kratje 2 seconde, terwijl de Sekonic meter vast stelt dat een halve seconde goed genoeg is.
Bijvoorbeeld bruidsreportageDe derde foto heb ik aansluitend nog een keer gemaakt, met dezelfde instelling, maar nu met de objecten van plaats gewisseld. Je ziet dan dat de details zichtbaar blijven, maar hier gaat het doosje als een reflector dienst doen, waardoor er een andere indruk ontstaat.
Wat je hiervan kunt leren is dat je met een gemeten en in 'M' ingestelde waarde kunt blijven werken, zo lang de omgeving niet heel veel veranderd. Wie een reportage in een ruimte maakt, wat bij bruidsfotografie regel is, kan daarvan profiteren: is de camera goed op een ruimte ingesteld, dan heb je geen last meer van een meter die door lichte jurken en donkere pakken van slag raakt.
ReproductiesDe meter heeft een wit bolletje. Voor flits- en lichtmeting draai je het bolletje naar buiten. Met ingetrokken bolletje kun je het omgevingslicht zoveel mogelijk uitschakelen en dan meet je het reflecterend licht, ongeveer zoals ook de camera meet. Je kunt deze functie gebruiken voor reproductiefotografie. Hieronder een gedeelte van een pagina uit 'Liv', een relatiemagazine van Volvo-personenauto's. Instellingen volgens de meter bij ISO200: f/8 en 0,5 seconde. Ook weer bestaand licht.
CompleetInformatie voor wie de Sekoic Flash Master L-358 ooit gebruikt aangeboden krijgt. De complete set bestaat uit de meter, draagkoord, etui en een handleidingboekje. Er hoort ook een losse ring bij aanwezig te zijn. Deze ring op de meter geplaatst, in plaats van de ring met het witte bolletje, meet de opbrengst van uitegzonden licht, zoals het licht van een neonreclame. Ook nodig: een AA-batterij.
Deze test heb ik uitgevoerd met een ander oudje: Canon 350D met Tamron 18-200mm f/3.5-6.3.
 |
|
Over de auteur; Ed Coenen Ed Coenen is onder meer reportagefotograaf. Hij ziet zijn foto's afgedrukt in tijdschriften. |