Welk objectief moet ik kopen? Een vraag die heel veel cursisten me stellen. Natuurlijk is daar geen eenduidig antwoord op te geven, maar er zijn wel een aantal zaken waar je op kunt letten bij de aanschaf van een objectief.
De kwaliteit van het objectief is belangrijker dan camera waarmee je fotografeert. Liever een uitstekend objectief op een middelmatige camera, dan omgekeerd. Het is dus belangrijk je tevoren goed te oriënteren welk objectief voldoet aan jouw (kwaliteits)eisen. Daarvoor kun je terecht op sites als bijvoorbeeld
kenrockwell.com of
dpreview.com. Maar natuurlijk kun je ook zelf in de winkel waar je een objectief gaat kopen een aantal testen uitvoeren. Waar let je dan op?
1. Vignettering
Maak een foto van bijvoorbeeld een witte muur of van de lucht. Vignettering (donkere hoeken) valt dan snel op. Let er wel op dat sommige camera's dit automatisch corrigeren, waardoor de lensfout niet opvalt! En: ook een zonnekap of een filter op je lens kan vignettering veroorzaken. Haal deze er dus voor de test af.
2. Vertekening
Maak een foto van een vel ruitjespapier en kijk of de lijnen mooi recht lopen. Ton- en kussenvorming (respectievelijk bolle en holle lijnen) is een veel voorkomende lensfout. Bij groothoekobjectieven (of in de groothoekstand van een zoomobjectief) zul je overigens altijd vertekening zien.

3. Scherpte
Om de scherpte te testen gebruik ik vaak de cijfers op een kalender die tegen de muur hangt. Maar eigenlijk kun je alles met strakke vormen gebruiken. Zelfs een bakstenen muur voldoet, de korreltjes moeten haarscherp zijn. Zet de camera op statief, stel het diafragma in op f/8 en gebruik een draadontspanner of de zelfontspanner om beweging tijdens het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.
Soms is de scherpte wel goed, maar ligt deze net voor of net na het onderwerp waarop je hebt scherpgesteld. Dit kun je testen door een liniaal onder een hoek van 45 graden te fotograferen. Zet de camera weer op statief, kies een zo groot mogelijk diafragma en stel zorgvuldig scherp op een van de millimeterstreepjes.
Ligt de scherpte op de verkeerde plek? Meestal is dan niet de lens maar de camera de boosdoener. Bij sommige camera's kun je dit zelf corrigeren, camera's die deze mogelijkheid niet hebben kun je laten bijstellen door de reparatiedienst van je cameramerk.
Op
focustestchart.com vind je een mooie kaart om te testen of je camera last heeft van front- of backfocus, met een uitleg over hoe dit in zijn werk gaat.

4. Chromatische aberatie
Chromatische aberatie (ookwel kleurschifting) geeft gekleurde randjes rond onderwerpen die gefotografeerd zijn. Om dit te testen fotografeer je een onderwerp met veel contrast (takken van een boom tegen een heldere lucht bijvoorbeeld). Kleurrandjes vallen dan gelijk op.

5. Bouw
Naast de optische kwaliteit is natuurlijk ook de bouw van een objectief van belang. Bij een objectief met een plastic bajonet moet je bijvoorbeeld veel voorzichtiger zijn bij het wisselen van het objectief. Voor iemand met één objectief is dit natuurlijk van minder belang dan voor iemand die vaak van objectief wisselt. Let er overigens bij het wisselen van objectieven altijd op dat de camera-opening naar beneden gericht is, zodat er geen stof in de camera kan dwarrelen.
Een schuifzoom trekt meer stof naar binnen dan een draaizoom, dus met een schuifzoom is het risico van stof op de sensor groter.

Let ook op de minimale instelafstand. Dat is de afstand die minimaal nodig is tussen de camera en het te fotograferen onderwerp om nog scherp te kunnen stellen. Als deze bijvoorbeeld 1,75 meter is en je bent zelf 1,65 meter, dan moet je op een krukje gaan staan om een onderwerp op de grond te kunnen fotograferen..
6. Brandpuntafstand
Wat wil je fotograferen? Voor wildfotografen is een telelens onontbeerlijk, landschapsfotografen zullen een groothoeklens in hun tas willen, insectenfotografen een macrolens en portretfotografen een matige tele.
Ga je voor kwaliteit kies dan voor een vast brandpunt of een zoomobjectief met maximaal 3x zoom. Zoals bijvoorbeeld de 24-70mm of 70-200mm. Bij meer dan 3x zoom neemt de kwaliteit van de lens namelijk af. Ga je voor gemak kies dan bijvoorbeeld een 18-200mm of een 28-300mm objectief. Dat voorkomt dat je steeds van objectief moet wisselen.
7. Lichtsterkte
De lichtsterkte geeft het maximale diafragma aan dat kan worden ingesteld. Het hebben van een f/2.8 objectief en een f/5.6 objectief kan het verschil maken tussen het wel of niet kunnen maken van een foto. Natuurlijk kan het verhogen van de ISO soulaas bieden, maar het risico van ruis ligt op de loer.
8. Stabilisatie
Bij Nikon heet het VR, bij Canon IS, ieder cameramerk geeft er z'n eigen naam aan. Voordeel van stabilisatie in het objectief is dat je langer uit de hand kunt blijven fotograferen. Het gaat bewegingsonscherpte tegen. Bij sommige merken zit dit overigens in de camera!
9. Zonnekap
Te vaak zie ik cursisten lopen met een objectief zonder zonnekap. Het zal niet direct de keuze van het aan te schaffen objectief bepalen, maar het is wel handig als het er bij zit. Zo niet, dan moet het er in ieder geval bij te bestellen zijn. Een zonnekap voorkomt flare (een waas over je foto en/of diafragmavlekken) door invallend licht en misschien wel net zo belangrijk: het biedt bescherming tegen krassen op je lens!
Ik heb met deze aandachtspunten niet de intentie gehad om volledig te zijn, maar hopelijk biedt het jullie een handvat bij de aanschaf van een nieuw objectief! Houd er bij het testen rekening mee dat geen enkel objectief helemaal perfect is. Extra suggesties zijn natuurlijk welkom in de reacties!
 |
|
Over de auteur; Liesbeth van Asselt Voor bedrijven richt Liesbeth zich voornamelijk op reclamefotografie (internet en drukwerk) en het maken van profielfoto's voor social media. Voor particulieren verzorg ik fotografiecursussen en workshops natuurfotografie en fotografeer ik hun trouwe viervoeter in de studio of buiten. |