Elja Trum

Lichtmeting; betere foto’s door een uitgekiende belichting

woensdag 12 december 2018, 11:14 door | 74.988x gelezen | 6 reacties

Zonder licht geen foto. Je kunt dus wel stellen dat licht het belangrijkste onderdeel van een foto is. Geen wonder dat een foto kan vallen of staan bij een correcte belichting. Het meten van de beschikbare hoeveelheid licht in een opname is cruciaal. Tijd om eens wat licht op belichting te laten schijnen.

Om een geslaagde opname te maken moet er precies de juiste hoeveelheid licht op de sensor van je camera vallen. De hoeveelheid licht die je camera binnen komt kun je afstemmen door je sluitertijd, diafragma en lichtgevoeligheid in te stellen. Om te weten welke instellingen je kunt gebruiken moet je natuurlijk eerst weten hoeveel licht er is op je onderwerp. Hier kom je achter door het licht te meten.

Meetmethoden
Licht kun je op verschillende manieren meten. Voor de meeste foto's wordt het licht gemeten door gebruik te maken van de ingebouwde lichtmeter in je camera. Deze lichtmeter geeft precies aan hoeveel licht je camera binnen komt en kan desgewenst zelf bijpassende instellingen selecteren. De meeste camera's hebben meerdere methoden beschikbaar waarop ze het aanwezige licht kunnen meten. De drie meeste voorkomende zijn evaluatieve meting, gemiddelde meting met nadruk op het midden en spotmeting.

Bij evaluatieve meting worden verschillende delen in het beeld gemeten. Daarnaast worden andere meetgegevens zoals het scherpstelpunt, de scherptediepte en de kleuren in de scene gebruikt om tot een meting te komen. Bij de meeste camera's is dit de meest geavanceerde meting en wordt deze gebruikt als de basisinstelling.

Bij een gemiddelde meting met nadruk op het midden wordt logischerwijs tevens het hele beeld gemeten, maar geldt het middelste gedeelte van het beeld als het belangrijkste gedeelte voor het meten van de belichting.

Spotmeting op de Canon 450DGebruik je spotmeting dan wordt alleen het middelste gedeelte van je beeld gemeten. Doorgaans geeft een cirkel in het midden van het beeld de oppervlakte aan waarin er gemeten wordt. Door van deze methode gebruik te maken kun je heel nauwkeurig een specifiek gebied meten. Alles buiten de meetcirkel wordt niet meegenomen in de lichtberekening. Dit kan handig zijn wanneer je onderwerp bijvoorbeeld voor een erg donkere of juist erg licht achtergrond staat. Door alleen op je onderwerp te meten weet je zeker dat deze goed belicht is in je foto.

Mocht je camera niet beschikken over spotmeting (enkele van de goedkopere modellen zoals de Canon 1000D beschikken hier niet over) dan kun je spotmeting nabootsen door met je camera heel dicht op het te meten onderwerp te gaan staan. Vul het beeld van je camera met het voorwerp waarvan je de spotmeting wilt en je camera geeft de gewenste waarde aan. Let er hierbij uiteraard wel goed op dat je niet het licht blokkeert dat op je onderwerp valt.

Mogelijk biedt je camera nog alternatieve meetmethoden. De 3D Matrix meting van Nikon maakt bijvoorbeeld, naast alle meetgegevens zoals afstand, contrast en helderheid ook gebruik van een database met zo'n 30.000 veel voorkomende fotografische scènes om tot een juiste belichting te komen. Raadpleeg voor meer informatie over de meetmogelijkheden van je camera de handleiding.

Uiteraard is het ook slim om gewoon eens een te kijken hoe de belichtingsmethoden van je camera reageren bij een bepaalde scene. Maak bijvoorbeeld een foto van een bloempot op de vensterbank voor een raam op een zonnige dag en bekijk wat de resultaten zijn. Dit geeft je een goed beeld van de verschillende mogelijkheden.

Reflecterend licht
Er zijn twee manieren om licht te meten; opvallend en reflecterend licht. Je kunt het reflecterend licht meten dat op je scene valt. Dit is de methode die gebruikt wordt wanneer je de camera de lichtmeting laat uitvoeren. Het licht weerkaatst op je onderwerp en komt zo je camera binnen waar het gemeten wordt. De hoeveelheid licht die je camera meet is hierbij dus erg afhankelijk van het materiaal en de kleur van je onderwerp. Een zwart kledingstuk reflecteert tenslotte een stuk minder van het opvallende licht dan een glanzend auto.

Omdat de camera niet kan weten wat voor een materiaal zich in het beeld bevindt gaat de camera uit van een gemiddelde. Dit gemiddelde is vastgesteld in een standaard op 18 procent grijs. De reflectie van het onderwerp zou dus 18 procent van het opvallende licht zijn. Helaas komt het regelmatig voor dat het onderwerp dat je fotografeert niet overeenkomt met deze standaard. Voor een correcte belichting moet je hierbij dus compenseren.

Wanneer je echter een alledaagse scene fotografeert zal de 18 procent grijs regel opvallend vaak op gaan. Een scene met veel afwijkende materialen die variëren van donker tot licht zal gemiddeld gezien doorgaans aardig overeen komen. Er kunnen echter problemen ontstaan wanneer je foto geen algemeen plaatje meer is.

Denk bijvoorbeeld aan een foto waarbij er sneeuw ligt. De camera gaat uit van 18 procent grijs, maar in werkelijkheid bevat de opname veel minder grijs waardoor je een onderbelichte en dus een grauwe foto krijgt. Gebruik in een dergelijk geval je belichtingcompensatie om de opname te 'plussen'. De camera past de belichting van het onderwerp aan door meer licht toe te laten dan de camera zelf gemeten heeft.

Andersom kun je bij bijvoorbeeld een close-up foto van een zwarte hond te maken krijgen met overbelichting. De camera gaat weer uit van een gemiddelde grijswaarde en besluit aan de hand van zijn meting om langer te belichten dan in feite nodig is. Door te 'minnen' met de belichtingcompensatie geef je aan dat de camera minder licht binnen moet laten dan de gemeten waarde.

Belichtingcompensatie
Alle spiegelreflex- en ook veel van de betere compact camera's beschikken over een belichtingcompensatie mogelijkheid, doorgaans herkenbaar aan een +/- EV knop. Hiermee stel je snel een afwijking in ten opzichte van de door de camera gemeten waarde. Dit wordt plussen (overbelichten ten opzichte van de gemeten waarde) of minnen (onderbelichten ten opzicht van de gemeten waarden) genoemd. Vergeet niet de belichtingcompensatie na gebruik weer terug te zetten op de neutrale stand.

Opvallend licht
De tweede mogelijkheid is het meten van het opvallend licht. In plaats van het licht te meten dat van je onderwerp af komt meet je het licht dat op je onderwerp valt. Deze methode geeft een beter resultaat omdat het hierbij niet uit maakt wat de reflectie van het materiaal is.

Je kunt op twee manieren het opvallend licht meten. Door gebruik te maken van een externe lichtmeter of de lichtmeter in je camera in combinatie met een grijskaart. Een grijskaart is een kaart die een grijze tint heeft die precies de eerder genoemde 18 procent is. Houdt de grijskaart dicht bij je onderwerp en zorg ervoor dat het licht hier goed op valt. Voer de meting met je camera vervolgens uit op deze kaart. Hoewel je feitelijk het reflecterende licht meet komt dit door gebruik van een grijskaart overeen met het meten van opvallend licht.

Grijskaart
Een grijskaart is te koop voor circa 20 euro. Veel boeken over fotografie bevatten overigens ook een bijgeleverde grijskaart in de vorm van een grijze bladzijde. Soms zijn deze tevens voorzien van een zwart en wit vlak. Natuurlijk zijn deze minder stevig dan de kunststof grijskaarten, maar het is een goedkope mogelijkheid om het werken met een grijskaart eens te proberen.

Esmé met een grijskaart


Voor het meten van een correcte belichting kun je een grijskaart gebruiken, zoals Esmé hierboven in haar handen heeft. Daarnaast is een grijskaart een nuttige accessoire om de witbalans achteraf met het RAW formaat op exact de juiste kleurtemperatuur in te stellen.

Een veel gebruikte truc wanneer je geen grijskaart bij de hand hebt is het meten op de binnenkant van je hand. Afhankelijk van je huidstint kan het verschil met een grijskaart aanzienlijk zijn. Het is daarom handig om de meting eens uit te voeren wanneer je wel een grijskaart bij de hand hebt. Meet zowel je hand als de grijskaart onder hetzelfde licht en kijk in hoeverre je hand afwijkt van de grijskaart. Met deze afwijking kun je rekening houden wanneer je later de grijskaart niet bij je hebt.

Zowel bij het gebruik van de grijskaart als bij een externe lichtmeter moet je voor een goed resultaat zo dicht mogelijk op je onderwerp meten. Het gemeten licht komt dan immers zo goed mogelijk overeen met het daadwerkelijke licht dat op je onderwerp valt. Het meten van opvallend licht is een stuk lastiger dan het meten van gereflecteerd licht. Het kost daarnaast extra werk en tijd, maar kan je wel beter belichte foto's opleveren.

Doordat je dicht bij je onderwerp moet kunnen komen is de opvallend licht meetmethode vooral geschikt bij portret- of objectfotografie, voor het meten van de belichting voor een landschap is deze methode eigenlijk niet geschikt.

Lichtmeter
Een lichtmeter is een handzaam apparaatje dat aan kan geven wat de hoeveelheid licht op een bepaalde plek is. Bij moderne lichtmeters kun je aangeven welke waarde je variabel wilt hebben, de sluitertijd of het diafragma. Je stelt de gewenste ISO waarde in en de lichtmeter geeft aan welke sluitertijd je moet gebruiken bij een ingesteld diafragma. De lichtmeter kan ook aangeven welk diafragma je moet gebruiken bij een bepaalde sluitertijd.

Sekonic lichtmeter


Wil je exact en relatief snel weten welk licht zich in de scene van je foto bevindt dan kan een externe lichtmeter uitkomst bieden. Het kan dus een bruikbaar hulpmiddel zijn. De bekendste merken zijn Gossen, Sekonic en Minolta. Alle drie leveren ze uitstekende lichtmeters. Bij de aankoop van een lichtmeter is het de overweging waard om een meter te kopen die zowel daglicht als flitslicht kan meten. De meter is dan veelzijdig inzetbaar. Zelfs wanneer je momenteel nog niet met (studio)flitslicht werkt kan het kleine extra bedrag een nuttige investering voor de toekomst zijn. Voor een goede lichtmeter, zoals bijvoorbeeld de Sekonic L-358 moet je rekenen op een kostprijs van ongeveer 330 euro. Geen goedkope accessoire dus.

Flitslichtmeting
In een studio is het gebruik van een lichtmeter eveneens de eenvoudigste en beste methode om een goed belichte opname te krijgen. Een flitslichtmeter meet het licht dat tijdens de flits op het 'oog' valt. Vooraf stel je de gewenste ISO waarde in en de sluitertijd. In de meting wordt tevens het aanwezige licht meegenomen. De flitslichtmeter geeft vervolgens aan welk diafragma je bij de gemeten waarde moet gebruiken voor een correcte belichting.

Ook in de studiosituatie meet je het opvallende licht. Houd de flitslichtmeter dus dicht bij het onderwerp dat je op de foto wilt zetten, bijvoorbeeld het gezicht van je model. Besluit vooraf welke scherptediepte je in je foto wilt gaan gebruiken en selecteer het hiervoor gewenste diafragma. Meet eerst het licht van je hoofdlicht door de lichtmeter vlak bij je model te houden en de flitser af te laten gaan. Verhoog of verlaag de kracht van je flitslicht aan de hand van het diafragma dat de lichtmeter aan geeft. Bij de meeste flitsers kun je dit instellen, maar mocht dit niet mogelijk zijn dan kun je uiteraard de flitser verder weg of dichterbij het model plaatsen.

Nadat je het hoofdlicht naar wens hebt ingesteld kun je eventuele extra lichtbronnen uitmeten. Richt de lichtmeter steeds richting de nieuwe lichtbron, je weet dan precies hoeveel licht de extra bron in de scene in brengt en hoeveel verschil er in lichtsterkte is ten opzichte van het hoofdlicht.

Zodra je alle lichtbronnen naar wens hebt ingesteld maak je een testfoto en controleer je de foto en het bijbehorende histogram op je camera. Bij een goed belichte opname is de histogram mooi verdeeld over hele range. Uiteraard kan dit bij specifieke opname afwijken. Een foto met daarin een pikzwarte achtergrond heeft uiteraard een histogram met de piek aan de linkerkant omdat er veel meer donkere pixels aanwezig zijn dan lichte. Gebruik je een witte achtergrond dan zal de piek rechts zitten.

Diafragma keuze
In een studio heb je zelf de keuze voor een diafragma, je kunt de sterkte van het flitslicht hierop aanpassen. Voor portretfotografie is f/9.0 een geschikt diafragma om mee van start te gaan. Je beschikt dan over een mooie scherptediepte waarbij de onscherpte ongeveer bij het achterhoofd zal beginnen wanneer je op de ogen scherp stelt. Daarnaast geeft bijna elke lens op dit diafragma optisch de beste resultaten. Je hoeft zo geen duur objectief te hebben om toch een haarscherpe foto te maken.

Overigens zijn er ook fotografen die altijd het opvallende licht meten richting de camera. De meningen over de beste methode zijn verdeeld. Schroom niet om beide methode te proberen en ontdek wat je zelf de beste resultaten vind geven.

Conclusie
Je camera beschikt over meerdere meetmethode voor het bepalen van de juiste belichting. Elk met zijn eigen voor- en nadelen. Bepaal dus voor elke opname wat de beste meetmethode zal zijn in die specifieke situatie. Wil je echt zeker zijn van een correcte belichting; gebruik dan een externe lichtmeter of een grijskaart om je onderwerp exact uit te meten. Ook bij het werken met flitslicht is een lichtmeter een onmisbaar instrument.

Dit artikel is eerder verschenen in de Zoom.nl van januari 2008.

Meer weten over de basis van fotografie?


Bij Photofacts Academy, onze online leeromgeving voor fotografen, hebben we een complete basiscursus over fotografie. Je kunt deze cursus twee weken lang volgen met een gratis proeflidmaatschap.



101 Tips voor Perfecte Portretfoto's


Wil jij graag weten hoe je perfecte portretfoto's kunt maken? In mijn boek De Portretbijbel geef ik je 101 tips om jouw portretfotografie naar een hoger niveau te helpen. Je ontdekt hierin de 101 beste tips die ik de afgelopen vijftien jaar als portretfotograaf heb opgedaan.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 12 december 2018.
De eerste publicatiedatum is vrijdag 25 juli 2008, 22:35.
Elja Trum

Over de auteur

Elja Trum is oprichter van Photofacts, online fotografiecursussite Photofacts Academy en het blog Teslafacts. Hij schrijft sinds 2006 over fotografie. Elja is ook auteur van boeken over zwart-wit-, flits- en portretfotografie.

6 reacties

  1. gast schreef op zaterdag 26 juli 2008 om 09:09

    ik zit net het artikel te lezen en vraag me 1 ding af (ben een leek in benamingen dievrolijk)
    het stukje plussen en minnen van de belichtingcompensatie mag ik aan nemen dat het de sluitertijd veranderen is of zit ik dan verkeerd en moet ik zoeken naar een andere instelling?

  2. gast schreef op zaterdag 26 juli 2008 om 11:41

    In de meeste winkels is de Sekonic L-358 inderdaad rond de 330 euri. Ik heb hem voor 250 euri (incl. verzending) gekocht bij Arend Handelsonderneming in Schagen.
    Je kunt hem vinden op marktplaats.

    Toch wel een heel groot prijsverschil, dacht ik zo

  3. Charles
    Profiel Charles schreef op zaterdag 26 juli 2008 om 12:02

    Mooi overzicht. Wat ik wel mis is iets meer over die belichtingscompensatie.
    Zelf kies ik vaak het diafragma en laat de belichtingstijd door het toestel instellen (Av stand dus). Met de belichtingscompensatie -/+ doe ik de fijne instelling. Nogal wat camera's maken overbelichte foto's (het euvel bij veel amateurfoto) en dat kan met 1/3 of 2/3 "minnen" gecompenseerd worden. Niet alleen overbelichte partijen worden vermeden maar de foto wordt in zijn totaal ietsje donkerder en dat oogt vaak beter (professioneler!).

    Met zonlicht moet ik standaard 1/3 en soms 2/3 compenseren. In feite is de camera dus van fabriekswege niet goed afgesteld maar door de mogelijkheid van de belichtingscompensatie is dat dus niet echt een probleem. Zeker voor de beginner is het belangrijk die, vaak vaste, compensatie instelling die de camera nodig heeft te ontdekken.

    In het artikel hierboven wordt gezegd dat je met de belichtingscompensatie snel een afwijking ten opzichte van de door de camera gemeten waarde compenseert.
    Dat is juist, maar dat camera's die compensatie (buiten) nogal eens standaard nodig hebben ontbreekt in het verhaal. Niet onbelangrijk voor beginners (zoals ik zelf bij mijn compactcamera ontdekte). Mijn ideaal is ooit! de nieuwe Canon 5D waarbij ik hoop er behalve 1/3 ook een 1/2 compensatie op aan te treffen.

  4. NielsThijssen
    Profiel  NielsThijssen schreef op zaterdag 26 juli 2008 om 12:47

    Opmerking mbt spot-meting: da's soms vastgesteld op het midden van het zoekerveld, maar bij menig DSLR (oa D80 en D300 zeker!) wordt met spot-meting de meting uitgevoerd op het dan geselecteerde focus-punt (en die kan in het midden staan, maar ook middels de knoppen-bediening op een van de andere plaatsen staan....) just my 2 euro-cents... knipoog

Deel jouw mening

Let op: Op een artikel ouder dan een week kan alleen gereageerd worden door geregistreerde bezoekers.
Wil je toch reageren, log in of registreer je dan gratis.
Toon alle artikelen binnen Basiskennis

Photofacts wordt mede mogelijk gemaakt door


Ontvang wekelijks fotografietips in je inbox

52.748 fotografie enthousiastelingen ontvangen de tips al!
Meer over de wekelijkse mail. Of blijf op de hoogte via Twitter of Facebook.


Elja Trum

Photofacts; alles wat met fotografie te maken heeft!

Wil je graag mooiere foto's maken en op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen de fotografie? Photofacts plaatst leerzame artikelen die gerelateerd zijn aan fotografie. Variërend van product-aankondiging tot praktische fotografietips of de bespreking van een website. Photofacts bericht dagelijks over fotografie en is een uit de hand gelopen hobby project van Elja Trum. De artikelen worden geschreven door een team van vrijwillige bloggers. Mocht je het leuk vinden om een of meerdere artikelen te schrijven op Photofacts, neem dan contact op.Meer over Photofacts
Om Photofacts.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. akkoord
sluiten

Mis het gratis fotografie eBook niet!

52.748 fotografen ontvangen onze wekelijkse fototips al. Schrijf je in en ontvang gratis het eBook '25 Tips voor het Fotograferen van Kinderen'.