Elja Trum

Uitleg Diafragma, sluitertijd en ISO

dinsdag 17 november 2015, 20:01 door | 70,488x gelezen | 16 reacties

Wanneer je een foto maakt kun je de camera natuurlijk altijd op de automaat laten staan. Je hoeft dan in feite alleen maar af te drukken. Wil je net iets meer uit je foto's kunnen halen dan is een beetje basiskennis over het diafragma, de sluitertijd en de lichtgevoeligheid geen overbodige luxe. In dit artikel leggen we deze basisprincipes uit.

De combinatie van gekozen diafragma, sluitertijd en de lichtgevoeligheid zorgen ervoor dat een foto lukt of niet. Als een van deze instelling verkeerd staat dan levert dit je een te donkere of juist te lichte foto op.

In eerste instantie lijkt de theorie erachter wellicht wat ingewikkeld, maar dat valt in de praktijk gelukkig erg mee. Wat het lastig maakt is vooral de getallen en termen die gebruikt worden. Gelukkig hoef je hier niet al te veel van te weten om toch snel creatiever met je camera te kunnen werken.

Sluitertijd


Met de sluitertijd bepaal je hoe lang de sensor belicht wordt. De tijdsduur waarin de foto genomen wordt. In de automaat probeert je camera de sluitertijd zo kort mogelijk te houden zodat eventuele beweging in de foto bevroren wordt.

Zit er wel beweging in je foto dan noemen we dit bewegingsonscherpte. Bewegingsonscherpte kan op twee manieren ontstaan: je onderwerp beweegt of de camera beweegt. Een combinatie van beide is natuurlijk ook mogelijk.

Wil je voorkomen dat er beweging zit in je foto doordat je jouw camera tijdens het nemen van de foto bewogen hebt, volg dat deze richtlijn: het aantal millimeter van je objectief is gelijk aan de sluitertijd 1/aantal millimeter. Dus bij een 100mm objectief moet je minimaal 1/100ste aanhouden als de sluitertijd.

Als je onderwerp beweegt heb je echter niks aan deze richtlijn; de snelheid waarmee je onderwerp beweegt is dan van belang. Mocht je een objectief (of camera) met beeldstabilisatie hebben, dan zal de minimale sluitertijd iets trager zijn voor onbewogen foto's.

Een bewogen onderwerp hoeft niet altijd vervelend te zijn. Je kunt er prima voor kiezen om gebruik te maken van de beweging. Zo kun je creatieve effecten bereiken. Bijvoorbeeld door je camera op een bewegend voorwerp te plakken en zo het onderwerp te bevriezen en de omgeving bewogen in beeld te brengen.

Skoda drive

Wil je volledige controle over de sluitertijd en de camera het bijbehorende diafragma laten bepalen? Gebruik dan de Tv of S stand op je camera. Hierbij bepaal je zelf alleen de sluitertijd die gebruikt wordt. Soms is er zoveel licht dat het niet mogelijk is de lange sluitertijd te halen die je wilt, dan kun je een ND filter (ook wel grijsfilter genoemd) gebruiken om minder licht in je camera te laten en zo de sluitertijd te vertragen.

Diafragma


Het diafragma zit niet in de body van je camera, maar in het objectief dat je erop zet. Het diafragma zelf bestaat uit een aantal metalen plaatjes (lamellen genoemd) die samen een cirkelvormige opening vormen.

De lamellen kunnen verschuiven en zo de grootte van de opening veranderen. Een kleinere opening laat uiteraard minder licht door dan een grote opening. Zo kun je met het diafragma de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt regelen. Wanneer het diafragma helemaal open staat komt er het meeste licht door heen.

In onderstaande video zie je hoe het diafragma er in de praktijk uit ziet. De video laat de diafragma bladen van de Fujifilm X100 zien bij verschillende diafragmawaarden. Je kunt je voorstellen dat bij een kleiner gaatje (groter diafragmagetal) minder licht de sensor bereikt.


Met het diafragma kun je er dus voor zorgen dat je meer of minder licht doorlaat. Wat lastiger voor te stellen is, is het effect dat het diafragma heeft op de scherptediepte in je foto. De scherptediepte is het gebied dat scherp is binnen je foto. Dit gebied valt voor ongeveer 1/3 voor het punt waarop je de camera scherp stelt en voor 2/3 achter het scherpstelpunt.

Een klein diafragmagetal (grote opening, bijvoorbeeld f/2.8) zorgt voor een kleinere scherptediepte in je foto én er komt zo ook meer licht naar binnen. Een groot diafragmagetal (kleine opening, bijvoorbeeld f/16) zorgt voor veel scherptediepte in je foto, maar hierbij komt er ook veel minder licht naar binnen.

Lees meer over gebruik van het diafragma in ons artikel Diafragma; controle over scherptediepte.

Lichtgevoeligheid (ISO)


Met de ISO van je camera bepaal je eigenlijk hoe lichtgevoelig de sensor reageert op licht. Bij een lage ISO heb je meer licht nodig dan bij een hoge ISO. Als je voldoende licht hebt (zoals overdag in de zon) dan kun je een lage ISO gebruiken. Ben je ergens waar het donker is (bijvoorbeeld 's avonds) dan kun je met een hoge lichtgevoeligheid toch nog prima foto's maken.

Bij een hogere lichtgevoeligheid (bijvoorbeeld 6.400 ISO) ontstaat er echter ruis in je foto doordat het weinige licht teveel versterkt moet worden om goed geregistreerd te worden. Vandaar dat je vaak het beste kunt proberen je lichtgevoeligheid laag te houden (bijvoorbeeld 100 ISO).

Mini ruis nikon d700
25.600 ISO op de Nikon D700

Lees meer over lichtgevoeligheid in ons artikel Wat is ISO.

De drie gecombineerd


Sluitertijd, diafragma en lichtgevoeligheid zijn de drie elementen die tezamen bepalen hoeveel licht er op je sensor valt. Afhankelijk van het effect dat jij in je foto wilt (bijvoorbeeld weinig scherptediepte of een 'bevroren' beweging) stel je deze drie waarden op elkaar af.

De drie elementen werken ook samen. Bij een correctie belichting kun je altijd één van de waarden veranderen, zolang als je een van de andere waarde ook mee verandert de andere richting op. Wil je bijvoorbeeld minder scherptediepte dan open je het diafragma iets verder (er komt meer licht binnen). Om toch weer op een correcte belichting uit te komen verlaag je de ISO of neem je een kortere sluitertijd (er komt minder licht binnen).

De verschillende mogelijkheden in het kort:
Met de sluitertijd bepaal je of de foto bewogen of bevroren is. Een snellere sluitertijd bevriest de beweging, maar er komt minder licht binnen. Een langere sluitertijd kan beweging je je foto veroorzaken, maar er komt meer licht binnen.

Het diafragma bepaalt de scherptediepte. Een groter diafragma opening (lager getal) geeft een kleinere scherptediepte, maar er komt meer licht binnen. Een kleinere diafragma opening (hoger getal) zorgt voor meer scherptediepte, maar er komt minder licht binnen.

De ISO bepaalt de lichtgevoeligheid. Bij een hogere ISO krijg je meer last van ruis, maar je hebt minder licht nodig. Een lagere ISO geeft een schonere foto, maar je hebt meer licht nodig.

Door met de drie waarden te spelen kun je het effect bereiken dat jij wilt in jouw foto. Om het makkelijk te maken om de drie waarden op elkaar af te stemmen worden ze op de camera allemaal aangegeven in dezelfde verhouding: stoppen. Elke stop is een verdubbeling of een halvering van de hoeveelheid licht die binnen komt.

Op de meeste camera's kun je de verschillende waarden is stappen van 1/3 stop aanpassen. Als je de ISO 1 stop aanpast (bijvoorbeeld ISO 200 naar ISO 400) dan kun je de sluitertijd ook 1 stop veranderen (bijvoorbeeld 1/60ste naar 1/125ste).

Stoppen

In de tabel hierboven zie je de verschillende waarden. Elk stap naar rechts is er voor dezelfde belichting twee keer zoveel licht nodig. Bij elke stap naar links is er de helft van de hoeveelheid licht nodig bij dezelfde belichting.

Als fotograaf wil je graag zelf bepalen welke scherptediepte of sluitertijd je gebruikt. Dit doe je door de camera van de automatische stand af te halen. Het is even oefenen, maar absoluut de moeite waard omdat het je veel meer controle over je eindresultaat geeft dan de automatische stand.


Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 17 november 2015.
De eerste publicatiedatum is maandag 10 februari 2014, 23:59.
Elja Trum

Over de auteur

Elja Trum is oprichter van Photofacts en auteur van een boek over zwart-wit fotografie. Hij is fulltime actief met Photofacts, Photofacts Academy en Teslafan. Elja's foto's vind je op Instagram, hij is getrouwd met Sara en vader van Mika en Vera.

16 reacties

  1. James van der Borght
    James van der Borght schreef op dinsdag 11 februari 2014 om 07:47

    Beetje rare tabel, kan aan het vroege tijdstip liggen maar volgens mij klopt er niet zoveel van.
    Omgekeerde wereld waar 'n lagere iso steeds 'n kortere belichting nodig lijkt te hebben..
    Zeker als ik de laatste bekijk, 100 iso, f16 - 1/2000 sec, mocht je zoveel licht hebben dan is 'n degelijke parasol geen overbodige luxe.

  2. Wim
    Wim schreef op dinsdag 11 februari 2014 om 07:58

    Klopt wel hoor:
    je moet per regel lezen, en niet als combinatie:
    "Elk stap naar rechts is er voor dezelfde belichting twee keer zoveel licht nodig. Bij elke stap naar links is er de helft van de hoeveelheid licht nodig bij dezelfde belichting."
    Mooi uitgelegd Elja. Goed om beginners op pad te helpen.

  3. Rita Lynn
    Rita Lynn schreef op dinsdag 11 februari 2014 om 08:49

    De tabel is inderdaad verwarrend. Eigenlijk staat er dat je of sluitertijd of diafragma of ISo waarde kan veranderen. De getallen hebben een aparte relatie tot de hoeveelheid lict en gaat niet over een constante hoeveelheid licht zoals je denkt. Wanneer je de onderste rij omkeert dan is dat wel mogelijk.
    Gisteren stond ik met mijn Minolta IVF in mijn handen iemand uit te leggen hoe het werkt en tegelijk vroeg ik mij af of er nog mensen zijn die deze waarden nog gebruiken en kennen. In het verleden moest je natuurlijk voor je ging fotograferen nadenken over de situatie en de benodigde gevoeligheid (ISO-waarde) van de film en hierbij ook de voor en nadelen overwegen. Natuurlijk is ruis ook een factor die eigenlijk in een tabel zou passen.

  4. Elja Trum
    Profiel  Elja Trum schreef op dinsdag 11 februari 2014 om 09:57

    De tabel geeft inderdaad alleen per regel aan wat de getallen in hele stops zijn. Er is geen onderlinge relatie als je ze van boven naar onder bekijkt. Ze zijn gerangschikt (de kolommen) van lichtsterk naar minder lichtsterk.

    Wat wel zo is, is dat je bij een correcte belichting 1 waarde kunt veranderen in de ene richting (bijvoorbeeld f/2 naar f/4, dus 1 stap naar rechts en dus een halvering van de hoeveelheid licht), je de waarde uit een andere rij kunt veranderen in de andere richting (bijvoorbeeld 1/1000ste naar 1/500ste, dus naar links en een verdubbeling van de hoeveelheid licht) je weer op een correcte belichting zit.

Deel jouw mening

Let op: Op een artikel ouder dan een week kan alleen gereageerd worden door geregistreerde bezoekers.
Wil je toch reageren, log in of registreer je dan gratis.
Toon alle artikelen binnen Basiskennis

Photofacts wordt mede mogelijk gemaakt door

CameraTools

Ontvang wekelijks fotografietips in je inbox

46.795 fotografie enthousiastelingen ontvangen de tips al!
Meer over de wekelijkse mail. Of blijf op de hoogte via Twitter of Facebook.


Elja Trum

Photofacts; alles wat met fotografie te maken heeft!

Wil je graag mooiere foto's maken en op de hoogte blijven van ontwikkelingen binnen de fotografie? Photofacts plaatst leerzame artikelen die gerelateerd zijn aan fotografie. Variërend van product-aankondiging tot praktische fotografietips of de bespreking van een website. Photofacts bericht dagelijks over fotografie en is een uit de hand gelopen hobby project van Elja Trum. De artikelen worden geschreven door een team van vrijwillige bloggers. Mocht je het leuk vinden om een of meerdere artikelen te schrijven op Photofacts, neem dan contact op.Meer over Photofacts
Om Photofacts.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. akkoord
sluiten

Mis het gratis fotografie eBook niet!

46.795 fotografen ontvangen onze wekelijkse fototips al. Schrijf je in en ontvang gratis het eBook '25 Tips voor het Fotograferen van Kinderen'.